Samen werken aan de vergroening van de bloembollenteelt

Praktijknetwerk Bloembollenteelt Flevoland

Praktijknetwerk Bloembollenteelt Flevoland

  • Factsheet over bloembollenteelt in Flevoland

    Waarom zouden we in Flevoland vooral bloembollen moeten willen blijven telen en wat doen telers om tegemoet te komen aan vragen vanuit de samenleving?

    Deze vragen en meer worden beantwoord in de factsheet die we vanuit ons praktijknetwerk samen met KAVB – Royal General Bulbgrowers Association kring Flevoland hebben opgesteld.

    Marja Hoorweg, projectcoordinator bij Praktijknetwerk Bloembollenteelt Flevoland overhandigde gisterenavond tijdens het landelijk gebied café in Dronten een eerste exemplaar aan gedeputeerde Jan Klopman .

    De factsheet zal binnenkort ook overhandigd worden aan statenleden, raadsleden, beleidsmedewerkers en andere belangstellenden.

    Wie nieuwsgierig is naar de factsheet of meer wil weten over het praktijknetwerk, aanstaande donderdagavond wordt er weer een landelijk gebied café georganiseerd, dit keer op het provinciehuis in Lelystad. Tijdens deze avond kun je je laten informeren over alle doelen en ambities die Provincie Flevoland heeft voor het landelijk gebied. Zodat je weet wat er speelt of gaat spelen en zodat je kunt bepalen hoe je daar als bedrijf of gebied op in kunt spelen.

    Meer informatie over het landelijk gebied café is te vinden op de website van Provincie Flevoland.

    Wie weet tot donderdag!

  • Tagetes als natuurlijke bestrijder van schadelijke lelieaaltjes

    Afrikaantjes oftewel Tagetes… hebben in een bouwplan met lelies een hele nuttige functie. Als voorvrucht voor de lelies uit is het een heel doeltreffende manier om schadelijke aaltjes in lelies te bestrijden. Daar komen geen chemische middelen bij kijken.

    Op dezelfde manier helpen lelies in een bouwplan met aardappels om problemen met het voor aardappels schadelijke chitwoodi aaltje te voorkomen.

    Tulpen met als volggewas bladrammenas heeft een soortgelijk effect.

    Met een slimme vruchtwisseling en een goede combinatie van hoofdteelten en groenbemesters valt veel te winnen. Bloembollen en akkerbouwgewassen vullen elkaar hierbij mooi aan.

  • Studenten verkennen bijdrage bloembollen in biodiversiteitsmonitor

    Biodiversiteit en duurzaamheid… wanneer doet een boer het goed?

    Om deze vraag te kunnen beantwoorden ontwikkelde BO Akkerbouw de Biodiversiteitsmonitor Akkerbouw. Een systematiek die nog in ontwikkeling is.

    Als bloembollentelers draaien wij met onze gewassen mee in het bouwplan van akkerbouwers. En wij willen graag weten wat onze bijdrage aan de biodiversiteitsmonitor kan zijn.

    Remco Huetink en Gijs van Es, beiden student bij Aeres Hogeschool Dronten en beiden afkomstig van een bloembollenbedrijf, gaan de komende tijd voor ons in beeld brengen hoe de biodiversiteitsmonitor uitpakt voor een Flevolands akkerbouwbedrijf met en zonder bloembollen.

    Benieuwd naar de uitkomsten! 💡

    Dit project is onderdeel van het SIA project ‘Weerbaar telen in de groene vingers’

  • Inzet op weerbaarheid

    Weerbare gewassen…. als we ervoor kunnen zorgen dat het gewas van nature minder vatbaar is voor ziekten en plagen, kunnen we het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen flink omlaag brengen.

    De keuze voor robuuste rassen is daarvoor van essentieel belang. Maar ook het aanpassen van de bemesting en het gebruik van biostimulanten kan een belangrijke rol spelen bij het vitaal houden van het gewas.

    Hiermee wordt binnen en buiten ons praktijknetwerk volop geexperimenteerd. Op de foto een perceel LA en TA lelies, vandaag genomen bij De Wit Espel. Dat het gewas zonder gebruik van fungiciden/schimmelmiddelen nog zo mooi groen is en geen spoor laat zien van de botrytis schimmel, oftewel ‘vuur’, biedt perspectief.

    Wat in de weg naar verdere verduurzaming belangrijk is, is dat een teler veilige en effectieve middelen tot zijn beschikking heeft wanneer dat nodig is. Dus: zo biologisch mogelijk en ingrijpen als het niet anders kan.

  • Deelname in SIA project Weerbaar telen in de groene vingers

    Vanuit het praktijknetwerk zijn we aangesloten bij het 4-jarige SIA project ‘Weerbaar telen in de groene vingers’.

    Dit project maakt het mogelijk dat ons praktijknetwerk bij de transitie naar een groenere teelt ondersteund wordt door studenten, docenten en onderzoekers van Aeres Hogeschool Dronten en Aeres Hogeschool Almere.

    We zijn benieuwd wat deze samenwerking op gaat leveren💡

    Lees meer over het project op https://www.aereshogeschool.nl/nieuws/2025/20251003-project-weerbaar-telen

  • Margrieten als natuurlijke luizenafweer

    Een strook met margrietjes tussen de lelies, kan dat bladluizen op afstand houden?

    Uit een 10 jarig onderzoek van Maarten Jongsma van de WUR is gebleken dat er margrietensoorten zijn die een slim trucje gebruiken om bladluizen van zich af te houden. De plantjes produceren de alarmgeurstof van bladluizen, waardoor de luizen er zo ver mogelijk uit de buurt blijven. Lieveheersbeestjes, één van de natuurlijke vijanden van bladluizen, worden juist gelokt door de margriet.

    Rick de Wit uit Espel was gefascineerd door het mogelijke effect en ging op zoek naar zaad van deze margrietensoort. Dat bleek nog niet zo gemakkelijk.

    Gisteren was het zover en zijn de margrietjes gezaaid. In eerste instantie in stroken die om de 36 meter liggen. Doel is om nu eerst te kijken hoe de margrieten groeien en bloeien. Met speciale luizenvangbakken van de NAK (Nederlandse Algemene Keuringsdienst) gaan we het effect op de luizenpopulatie monitoren.

    We hopen dat dit soort oplossingen kunnen bijdragen aan een lagere luizendruk. Luizen kunnen virus overbrengen en daarmee veel schade aan een partij aanrichten.

  • De bodem… ons belangrijkste kapitaal

    De bodem… ons belangrijkste kapitaal. Hoe beter de conditie van de bodem, hoe beter planten kunnen wortelen, hoe beter de uitwisseling met het bodemleven en hoe minder vatbaar de gewassen zijn voor ziekten en plagen.

    Regelmatig doen we met Anna en Albert-Jan van Van Tafel naar Kavel een rondje langs verschillende percelen. Samen kijken naar verschillen, leren van elkaar en van gedachten wisselen over eventuele verbeterpunten is ontzettend leerzaam.

    Vanmiddag hebben we weer een mooie ronde gedaan. De veldleeuwerikken en graspiepers hielden ons gezelschap.

    Over van alles gesproken, o.a. over rietzwenk en sorghum als voorvrucht/groenbemester. Beiden erg diep wortelend en in staat om een eventuele verdichte laag in de ondergrond open te breken.

    Sorghum in het bouwplan is wellicht ook om andere redenen interessant. Het gewas levert veel organisch materiaal, wat in gehakselde vorm mogelijk kan worden gebruikt als mulchlaag om de grond na het planten af te dekken. Bij Vertify wordt hier momenteel onderzoek naar gedaan.

    We gaan ons in beide teelten nader verdiepen.

  • Luizen afweren door wit maken van de grond

    In deze proefopzet proberen we de grond na het lelies planten wit te maken, om daarmee de luizendruk zo laag mogelijk te houden.

    Uit ervaring in de pootaardappelteelt met stro en papiercellulose weten we dat bladluizen gedesorienteerd raken door een witte achtergrond en de luizendruk daardoor met ca 40-50% af kan nemen.

    Stro en papiercellulose hebben als nadeel dat je na het planten met vrij veel gewicht over het land heen moet. Het is nog zoeken naar iets wat praktisch is en wel zo lang mogelijk wit blijft en effect heeft.

    Wij hebben in onze proef gebruik gemaakt van twee kalkhoudende middelen. De witheid viel ons bij het opbrengen al erg tegen (zie foto 1, ma 14 april) en helaas was het twee dagen later helemaal verdwenen (foto 2).

    Jammer, maar op 4 juni is de open dag bij Vertify waar ook proeven zijn gedaan met het wit maken van de grond. Ook bij Delphy wordt hier onderzoek naar gedaan. We zijn benieuwd naar de ervaringen daar. Het is goed om de ervaringen te delen en te leren van elkaar. Wie weet zien we daar iets wat we volgend jaar kunnen proberen.

    Bladluizen kunnen virus overbrengen in het gewas en daarmee flinke schade opleveren in een partij. Het aantal effectieve gewasbeschermingsmiddelen is inmiddels al behoorlijk afgenomen. Daarom zoeken wij naar alternatieve oplossingen.

    Het wit maken van de grond zal niet een gewasbeschermingsmiddel kunnen vervangen, maar het kan mogelijk wel een onderdeel zijn van een alternatieve aanpak.

  • Collega’s uit Noord-Holland op bezoek

    Vandaag kwam een groep collega-telers uit Noord Holland op bezoek in Flevoland om ervaringen en ideëen uit te wisselen.

    Gesproken over onkruid, virus, schimmels, water, bemesting en emissie.

    Mooi om te zien en horen hoe ook collega’s in andere regio’s werken aan vergroening. Dat motiveert en geeft energie! 👍

    Bij Tulipsgreen vof en De Wit Espel.

  • Biologische teelt, is dat wat voor mij?

    Biologische teelt, is dat misschien ook wat voor mij? Die vraag stond vanochtend centraal tijdens een bijeenkomst met 15 telers uit Flevoland.

    Peter Leijten uit Ens startte 6 jaar geleden samen met zijn compagnon het biologische bedrijf Tulipsgreen vof, naast hun gangbare bedrijf Stengs en Leijten. Tijdens de bijeenkomst deelde Peter zijn ervaring van de afgelopen jaren. Hij ziet een toenemende vraag vanuit de markt, waar hij graag andere collega’s bij betrekt.

    De biologische teelt geeft hem nieuwe inzichten die hij ook toepast in zijn gangbare teelt. En het geeft positieve energie om actief te zoeken naar manieren om aan te sluiten bij de vraag vanuit de samenleving.

    Volgens Peter liggen er kansen om een deel van het assortiment en een deel van de teelt biologisch of met aanzienlijk minder gewasbeschermingsmiddelen te telen.

    Het verdienmodel van de biologische teelt is volgens Peter vergelijkbaar met de gangbare teelt. Wel vraagt de biologische teelt extra tijd en aandacht. Maar je krijgt er positieve energie en nieuwe inzichten voor terug.

    Stof tot nadenken voor de aanwezige telers.

  • Tulpen en lelievelden als broedplaats voor akkervogels

    Waar halen gele kwikstaarten die in tulpen en lelievelden hun nestje groot brengen hun voedsel eigenlijk vandaan? Is er in de nabijheid van het nest voldoende voedsel te vinden of zouden we als telers hier actie op moeten ondernemen?

    Om hier een idee van te krijgen, kwamen Cassandra van Altena en Hugo Langezaal vandaag op bezoek in Flevoland. Zij zijn als ecologen betrokken bij het project Living Lab B7, waar onderzoek plaatsvindt naar biodiversiteit in de duin en bollenstreek.

    Gewapend met telescopen en verrekijkers brachten zij 3,5 uur door aan de rand van een tulpenveld en lelieveld.

    Na afloop deelden zij hun bevindingen met een groepje geinteresseerde telers en gingen we nog even met hen het land op.

    Voor Cassandra en Hugo was vooral de hoge dichtheid van gele kwikstaarten opvallend. Het aantal nesten werd door hen geschat op 10 stuks in een tulpenperceel van 3 hectare. Twee ervan werden door hen gevonden en op de foto gezet.

    Lopend door de tulpen vlogen de dansmuggen om hen heen. De tijd was te kort om harde uitspraken te doen over de voedselvoorziening van de kwikstaarten, maar aan de hand van de observaties van vanochtend is wel de indruk ontstaan dat een groot deel van de insecten uit het tulpenveld afkomstig is.

    Naast gele kwikstaarten zagen we een gruttopaar in de lelies, met vermoedelijk ook een nest. En verder zagen we scholeksters, bruine kiekendieven, en veel zwaluwen.

    Eigenlijk weten we dit als telers ook wel, maar met ecologen aan je zijde beleef je het toch anders. Aangestoken door het enthousiasme van Cassandra en Hugo willen wij de komende weken zelf ook vaker even gaan kijken hoe het de broedende kwikstaarten en grutto’s verder vergaat.

    Wil je het grote aantal vogelsoorten in en rondom bloembollenvelden in Flevoland eens met eigen ogen zien? Laat het even weten, dan organiseren we daar iets voor. Hier word je blij van.

    Tonny en Bart Groot Koerkamp, Cyprian De Jong en Alice Valk bedankt voor de gastvrijheid en Cassandra en Hugo nogmaals heel hartelijk bedankt voor jullie komst naar Flevoland!

  • Natuurlijk middel als luizenafweer

    Bij Vavi Tulips in Luttelgeest gaan we de komende maanden de werking testen van een natuurlijk middel op basis van plantextracten. Het doel is om hiermee bladluizen uit de tulpen te houden. Om het verschil te meten tussen het natuurlijke en het gangbare middel, hebben we 4 van deze vangbakken geplaatst. Daarmee gaan we de luizenpopulatie wekelijks monitoren. Het tellen en determineren gebeurt bij de NAK (Nederlandse Algemene Keuringsdienst) in Emmeloord.

    Luizen kunnen virus van de ene tulp naar de andere tulp overbrengen. Als het viruspercentage te hoog oploopt, wordt de partij waardeloos. Deze moet dan weggegooid worden. Dat is de reden waarom telers de luizendruk zo laag mogelijk willen houden.

  • Wat is de infiltratiecapaciteit van onze bodem?

    Met deze testopstelling hebben we vandaag onder begeleiding van Van Tafel naar Kavel de infiltratiecapaciteit van de bodem beoordeeld.

    Dit deden we op drie verschillende leliepercelen in Espel, met ieder een andere voorvrucht (ui, suikerbiet en vlas).

    Twee literkannen met water in dit raster komt overeen met 50 milimeter regen. Hoe sneller het water weg zakt, hoe beter het water benut wordt en hoe minder het afspoelt.

    Op alle drie de percelen zakte het water in de bedden in 2-3 minuten helemaal weg, wat als goed beoordeeld kan worden. Binnen 5 minuten is de norm.

    Een eyeopener was dat het in de paadjes aanmerkelijk langer duurde voor het water weg was gezakt. Aanleiding om na te denken hoe we dit kunnen verbeteren.

  • In de media…

    In de voorjaarseditie van het magazine van Waterschap Zuiderzeeland staat dit keer een mooi artikel over het praktijknetwerk 🌷

  • Bezoek van gedeputeerde Jan Klopman

    Vandaag nam gedeputeerde Jan Klopman een kijkje bij de tulpensoortentuin in Espel. Hier zijn meer dan 2000 verschillende tulpensoorten te bewonderen, die allen variëren in kleur, vorm en periode van bloei. Waar decennialang de focus lag op sierwaarde, wordt er tegenwoordig bij de ontwikkeling van nieuwe soorten goed gekeken naar ziekteresistentie en plaagbestendigheid. Hier ligt een belangrijke sleutel om tot verdere vergroening te komen.

    Samen met Maarten Oijevaar van KAVB kring Flevoland bracht hij ook een bezoek aan Boltt Machinery in Espel en AgriDokter in Creil, twee succesvolle startups die ieder bezig zijn met het ontwikkelen van nieuwe machines voor de bloembollensector. Gesproken is over het belang van innovatie.

    Tot slot werd een bezoek gebracht aan lelieteler Rick de Wit, die op een perceel van 2 hectare experimenteert met verschillende maatregelen om de inzet van gewasbeschermingsmiddelen terug te brengen. De insteek is: zo biologisch als mogelijk, maar gericht ingrijpen als het nodig is.

    Bedankt voor de belangstelling en het goede gesprek Jan Klopman!

    Voor wie de tulpensoortentuin met eigen ogen wil komen bewonderen, deze is tot en met 5 mei te bezoeken en is te vinden aan het Espelerpad 16 in Espel.

    Een fijn paasweekend allemaal! 🌷

  • Praktijknetwerk zichtbaar voor de rijders van de Tulpenroute

    Nu de tulpenvelden op zijn mooist zijn, hebben we 60 van deze bordjes geplaatst, om de rijders van de tulpenroute te laten weten dat we niet alleen oog hebben voor opbrengst en kwaliteit, maar ook werken aan vergroening van de teelt.

  • Voorkomen van afspoeling door wafelpatroon in de paden

    De grond is op diverse plekken in de Noordoostpolder ‘slempgevoelig’. Dit houdt in dat de grond na een regenbui snel dichtslaat.

    Door de grond in de teeltbedden wat ruller en losser te maken en door een wafel- of kuiltjespatroon aan te brengen in de paden, zakt het water van een regenbui of beregeningsbeurt beter weg in de bodem en wordt het dichtslaan van de toplaag voorkomen.

    Voordelen: betere benutting van het beschikbare water en minder kans op eventuele afspoeling van gewasbeschermingsmiddelen naar het oppervlaktewater.

    📷 De Wit Espel

  • Bloembollen en biodiversiteit

    Bloembollen en biodiversiteit gaan goed samen. Waar in de akkerbouw in deze periode volop gefreesd, gepoot en gezaaid wordt, bieden bloembollenvelden een rustige broedplek en de nodige beschutting voor akkervogels, zoals de gele kwikstaart, veldleeuwerik, scholekster en kievit. De populaties van deze soorten zijn in gebieden waar bloembollen worden geteeld dan ook relatief groot.

    Ook nu de tulpen worden gekopt, blijven de nestjes ongeschonden. De kopmachine gaat er netjes overheen en raakt de nestjes niet. Als de grond te droog wordt, wordt er beregend. Dit komt niet alleen ten goede aan het gewas, maar ook aan de insecten en de vogels.

    Uit het project Living Lab B7 hebben we geleerd dat de vogels in de duin en bollenstreek voor hun voedselvoorziening vaak naar de slootskant trekken, maar zeker ook een deel van hun rantsoen uit het veld zelf halen. Een mooie constatering. Binnenkort gaan we kijken of dat op de percelen in Flevoland ook het geval is. Waar mogelijk kunnen we dan maatregelen nemen om het de akkervogels nog meer naar de zin te maken.

  • Veel positieve energie tijdens eerste netwerkbijeenkomst

    Op woensdag 5 maart organiseerde Praktijknetwerk Bloembollenteelt Flevoland een eerste netwerkbijeenkomst voor alle belangstellende telers. Deze vond plaats in het Huyscafé van hotel restaurant ’t Voorhuys. De opkomst was met 40 telers goed.

    Tijdens deze bijeenkomst gaf landbouwkundig adviseur Coen ten Berg een inspirerende lezing over de relatie tussen bodemleven en wortelontwikkeling. De bodem is een belangrijke basis voor een gezond gewas dat minder gevoelig is voor ziekten en plagen. Zijn belangrijkste advies: ‘kijk wat de bodem nodig heeft en maak dan pas de keuze voor een grondbewerking of groenbemester’.

    Aansluitend werd door netwerkcoördinator Marja Hoorweg een toelichting gegeven op de activiteiten die voor komende maanden gepland staat. Er zal worden gestart met 14 projecten die allen op een bepaalde manier bijdragen aan de 6 speerpunten. Daarnaast zijn er 6 themagroepen gevormd, waarbinnen telers met elkaar de kansen voor vergroening bespreken. De conclusies uit de themagroepen werden kort gepresenteerd, waarna de aanwezigen werden uitgenodigd om in kleine groepjes een rondgang te maken langs de themagroepen, om deze te voorzien van aanvullingen en suggesties.

    De rode draad van de bijeenkomst was ‘als iedereen aan de slag gaat met iets dat bij hem of haar past, kunnen we een heel eind komen met de benodigde verduurzamingsslag’ en ‘het geeft vertrouwen en energie dat we het samen doen’.

     

     

Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!

Geen titel
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.